Paratyfus bij duiven is een bacteriële infectieziekte die veroorzaakt wordt door Salmonella typhimurium var. Copenhagen. Het is een van de meest voorkomende en gevaarlijkste aandoeningen in de duivensport. De ziekte sluipt er vaak stiekem in, juist in de rui- en winterperiode, en kan een heel hok in korte tijd flink ondermijnen voordat je doorhebt wat er speelt.
Kenmerkend is dat duiven langzaam magerder worden, wegkwijnen en uiteindelijk sterven, terwijl ze aan de buitenkant aanvankelijk normaal kunnen lijken. Dat maakt paratyfus bij duiven zo verraderlijk: als je de eerste signalen herkent, is de bacterie in veel gevallen al maanden aanwezig in het hok.
Hoe herken je paratyfus bij duiven?
De ziekte kent meerdere verschijningsvormen, wat de herkenning bemoeilijkt. De meest voorkomende vorm is de darmvorm. Duiven hebben dan groene, waterige of slijmerige ontlasting, vreten slecht en verliezen snel gewicht. Ze zitten ineengedoken, zijn traag en trekken zich terug van de rest van de groep.
Naast de darmvorm bestaat er ook een gewrichtsvorm. Hierbij zwellen gewrichten op, met name de vleugels en poten. Een duif met een hangende vleugel of een opvallend dikke knie heeft mogelijk paratyfus. Deze vorm wordt soms verward met andere verwondingen of aandoeningen, wat de diagnose vertraagt.
Een derde vorm treft de organen en het zenuwstelsel. Duiven draaien dan met de nek, vallen om of hebben evenwichtsstoornissen. Dit wordt ook wel de nerveuze vorm genoemd. Jonge duiven en duiven die zwak zijn door de rui zijn het meest vatbaar voor alle drie de vormen.
Waardoor verspreidt de bacterie zich zo snel?
De bacterie verspreidt zich via de ontlasting. Duiven nemen de ziekteverwekker op via besmet voer, drinkwater of hokmateriaal. Ook direct contact tussen gezonde en zieke dieren speelt een rol. Ratten en muizen zijn een bekende besmettingsbron: ze kunnen drager zijn zonder zelf ziek te worden en besmetten zo het hok via hun uitwerpselen.
Bijzonder gevaarlijk is dat een deel van de duiven drager wordt zonder duidelijk ziek te zijn. Deze dieren scheiden de bacterie wel uit en steken daarmee andere hokgenoten aan. Precies hierom duikt paratyfus bij duiven zo makkelijk op in periodes van stress, zoals de rui, wanneer de weerstand van de dieren daalt.
Diagnose: niet zelf gokken
Vermoed je paratyfus in je hok, dan is het verstandig een duivendierenarts in te schakelen. Een diagnose op basis van symptomen alleen is onbetrouwbaar, omdat meerdere ziekten dezelfde klachten geven. De dierenarts kan via een kweek op de ontlasting, of bij gestorven dieren via obductie, de aanwezigheid van Salmonella aantonen. Pas na een bevestigde diagnose weet je zeker waarmee je te maken hebt en welke behandeling zinvol is.
Behandeling en preventie van paratyfus bij duiven
De behandeling bestaat uit antibiotica, op voorschrift van een dierenarts. Welk middel geschikt is, hangt af van de gevoeligheid van de bacteriestam. Niet elke stam reageert hetzelfde op elk antibioticum, dus een resistentiebepaling is waardevol. Behandeling duurt doorgaans meerdere weken en moet consequent worden volgehouden, ook als duiven er na een paar dagen beter uitzien. Stoppen te vroeg leidt tot terugval en vergroot de kans op resistentie.
Vaccinatie is een goede manier om paratyfus te voorkomen. Er zijn vaccins beschikbaar die gericht zijn op de specifieke bacteriestam die duiven treft. Veel houders enten hun duiven preventief, vooral voor de winter en de rui. Een vaccinatie biedt geen honderd procent garantie, maar verlaagt de kans op uitbraak en vermindert de ernst van de klachten als de ziekte toch toeslaat.
Naast vaccinatie telt hygiëne zwaar. Drinkbakjes en voerbakken dagelijks reinigen, de hokbodem regelmatig schoonmaken en ongedierte bestrijden zijn basismaatregelen die de druk van de bacterie laag houden. Nieuwe duiven altijd apart houden en laten onderzoeken voordat je ze bij de groep zet.
Waarom de rui- en winterperiode zo risicovol is
In de rui verbruiken duiven veel energie voor het aanmaken van nieuwe veren. De weerstand daalt in die periode, wat de dieren gevoeliger maakt voor infecties. Paratyfus die al sluimerend aanwezig was in het hok, krijgt dan de kans om toe te slaan. Combineer dat met kou, wisselend weer en de extra belasting van de najaarsvluchten, en je begrijpt waarom juist in deze periode de problemen zichtbaar worden. Een hok dat in de zomer gezond leek, kan in oktober ineens aangetast blijken.
Let je het hele jaar door op hygiëne, vaccineer je op tijd en schakel je snel een dierenarts in bij de eerste signalen, dan heb je de meeste controle over paratyfus bij duiven. Wachten tot meerdere dieren wegkwijnen kost tijd, duiven en energie die je liever in het nieuwe seizoen steekt.



