Ja, mollen hebben ogen, maar die zijn extreem klein en grotendeels verborgen onder hun vacht en huid. Ze zijn zeker niet blind, ook al lijkt dat soms zo. De ogen van een mol zijn zo minuscuul dat je ze bij een vluchtige blik over het hoofd ziet. Ze meten amper een millimeter of twee in doorsnede en liggen verscholen in de vacht rondom de kop.
De mol heeft in de loop van de evolutie geen behoefte meer gehad aan grote, scherpe ogen. Hij leeft bijna zijn hele leven ondergronds, in totale of nagenoeg totale duisternis. Toch zijn de ogen niet verdwenen. Ze hebben alleen een andere, beperktere rol gekregen.
Hoe de ogen van mollen eruitzien
De ogen van een mol zijn bedekt met een dun vliesje van huid of vacht, afhankelijk van de soort. Bij de gewone Europese mol (Talpa europaea) zijn de oogleden vaak vergroeid of slechts gedeeltelijk open. Daardoor kunnen de ogen zelden volledig geopend worden. Ze zijn functioneel, maar op een heel andere manier dan bij mensen of andere zoogdieren.
Wat ook opvalt: de ogen van mollen bevatten nauwelijks of geen kegeltjes. Kegeltjes zijn de cellen in het netvlies die kleur en scherpe details waarnemen. Mollen zien daardoor vrijwel geen kleuren en kunnen geen scherpe beelden vormen. Wel hebben ze staafjes, de cellen die licht en donker onderscheiden. Dat is precies wat ze nodig hebben.
Waarvoor gebruiken mollen hun ogen dan nog?
De ogen van een mol zijn vooral gevoelig voor lichtveranderingen. Als er plotseling licht in een tunnel valt, betekent dat waarschijnlijk gevaar: een roofdier heeft een opening gemaakt. Die snelle detectie van licht is een overlevingsmechanisme. De mol reageert op dat signaal door te vluchten of zich terug te trekken.
Mollen komen ook weleens boven de grond, bijvoorbeeld wanneer ze nieuwe gangen graven of zich verplaatsen tussen gebieden. Op die momenten kan een basisgevoel voor licht en donker het verschil maken tussen leven en dood. Een scherp gezichtsvermogen is daarvoor niet nodig, maar enige lichtgevoeligheid wel.
Sommige onderzoekers denken dat de ogen van mollen ook een rol spelen bij het waarnemen van de seizoenswisseling via daglengte. Langer licht in het voorjaar kan invloed hebben op het voortplantingsgedrag. Dit is echter nog niet volledig uitgezocht voor alle molsoorten.
Hebben mollen ogen of toch niet: de mythe ontkracht
De hardnekkige mythe dat mollen blind zijn of helemaal geen ogen hebben, komt waarschijnlijk doordat de ogen zo moeilijk te zien zijn. Zelfs als je een mol in handen houdt, moet je goed zoeken om de oogjes te vinden. Ze geven geen glans af zoals bij een kat of hond, en ze zitten weggedrukt in de vacht. Dat zorgt voor de indruk van afwezigheid.
Toch is de mol evolutionair gezien op weg om minder ogen te hebben. Wetenschappers hebben ontdekt dat bepaalde genen die normaal de oogreiniging regelen, bij mollen anders werken. Het oogvocht zou zelfs schadelijk kunnen worden voor hun ogen als ze die intensief zouden gebruiken. De natuur heeft de ogen dus deels “teruggedraaid”, maar nog niet volledig weggewerkt.
Zintuigen die mollen wél goed hebben ontwikkeld
Wat mollen missen aan gezichtsvermogen, compenseren ze ruimschoots met andere zintuigen. De snuit van een mol is een uiterst gevoelig tastorgaan. Hij bevat duizenden kleine zintuigcellen (Eimer-organen) waarmee de mol trillingen, textuur en druk razendsnel waarneemt. Daarmee “ziet” een mol als het ware via zijn neus.
Ook het gehoor en de reuk zijn sterk ontwikkeld. Een mol kan prooidieren, zoals regenwormen, op korte afstand ruiken en hoort geluiden in de bodem die mensen nooit zouden opvangen. Samen vormen deze zintuigen een compleet systeem dat perfect is afgestemd op het leven onder de grond.
Mollen hebben dus wel degelijk ogen, alleen zijn die ogen zo klein en eenvoudig dat ze nauwelijks als zodanig opvallen. Ze dienen niet voor het scherp zien van de wereld, maar voor het opvangen van licht als basaal alarmsignaal. De rest laten mollen over aan hun snuit, neus en oren, en die doen hun werk uitstekend.



