Mollen vangen doe je het meest effectief met een mollenklem, die je direct in de mollengang plaatst. Dat klinkt eenvoudig, en dat is het ook, als je de juiste plek kiest en de klem goed instelt. Zie je molshopen in je tuin? Dan is er een actieve mol aan het werk en is het het juiste moment om te handelen.
Hoe herken je een actieve mollengang?
Niet elke mollengang is actief. Mollen graven een uitgebreid stelsel van tunnels, maar gebruiken niet alle gangen even vaak. Vind je de juiste gang, dan is de vangst een stuk gemakkelijker.
Zo check je of een gang actief is: trap een stukje van de tunnel in of maak een klein gat, en markeer de plek. Kom je de volgende dag terug en is het gat gedicht of de tunnel hersteld? Dan loopt er een mol. Is er na 24 tot 48 uur niets veranderd, dan is de gang verlaten en kun je beter elders zoeken.
De meest betrouwbare plaatsen zijn de rechte, lange gangen die mollen als hoofdtunnel gebruiken. Die vind je vaak tussen twee rijen molshopen. Vermijd de korte tunneltjes die direct onder een molshoop zitten; die zijn minder geschikt voor een klem.
Mollen vangen met een mollenklem: stap voor stap
Een mollenklem is de meest gebruikte en effectieve methode om mollen te vangen. Er zijn verschillende typen, maar de meest voorkomende is de dubbele veerklem, ook wel tonklem of halfrondklem genoemd. Hieronder het stappenplan:
- Stap 1: Graaf de gang bloot. Gebruik een scherp mes of een kleine schop om de tunnel voorzichtig open te graven. Maak een opening van ongeveer 15 tot 20 centimeter lang, zodat de klem er goed in past.
- Stap 2: Verwijder losse aarde. Haal losse grond uit de tunnel weg, zodat de klem vlak en stabiel staat. Laat de tunnelwanden intact.
- Stap 3: Stel de klem in. Span de klem en zet de vergrendeling. Let erop dat de klem helemaal gespannen staat; een halfgespannen klem gaat te vroeg of helemaal niet af.
- Stap 4: Plaats twee klemmen tegenover elkaar. Zet idealiter twee klemmen in dezelfde gang, met de openingen naar elkaar toe gericht. Zo vang je de mol ongeacht de richting van waaruit hij aankomt.
- Stap 5: Dek de opening af. Leg een plank, steen of stuk gazon over de opening en sluit de zijkanten af met grond. Mollen zijn gevoelig voor licht en tocht; in het donker bewegen ze sneller en lopen ze sneller in de klem.
- Stap 6: Controleer elke dag. Check de klemmen dagelijks, bij voorkeur ’s ochtends vroeg. Een gevangen mol laat je zo snel mogelijk vrij op een plek ver van je tuin, of je ruimt hem op als vangen niet jouw doel was.
Veelgemaakte fouten bij het vangen van mollen
De klem in de verkeerde gang plaatsen is de meest gemaakte fout. Veel mensen zetten de klem direct onder een molshoop, maar dat is zelden een actieve doorgangsgang. Zoek altijd eerst de hoofdtunnel en test of die actief is.
Een andere valkuil is menselijke geur op de klem. Mollen hebben een scherp reukvermogen. Draag tuinhandschoenen bij het plaatsen van de klem, of wrijf de klem in met wat aarde om de geur te maskeren.
Ook ongeduld speelt een rol. Soms duurt het twee of drie dagen voor een mol de klem raakt, zeker als je de gang vlak daarvoor hebt verstoord. Geef het de tijd en verplaats de klem pas na 48 uur als er niets gebeurt.
Levend vangen of doden?
Naast de klem die doodt, zijn er ook levendvang-klemmen. Die werk je op dezelfde manier: je plaatst ze in een actieve gang en controleert ze dagelijks. Het grote voordeel is dat je de mol levend kunt verplaatsen naar een bosrand of weiland ver van je tuin. Het nadeel is dat je de klem vaker moet controleren, want een gevangen mol sterft snel van de stress en het vochtverlies als je te lang wacht.
Mollen zijn beschermd in Nederland. Je mag ze wel vangen als ze schade veroorzaken in je tuin, maar je mag ze niet zomaar doden zonder reden. Controleer altijd de lokale regels of vraag bij je gemeente na wat er in jouw situatie is toegestaan.
Wanneer is vangen niet de juiste keuze?
Heb je slechts één of twee molshopen? Dan is er mogelijk maar één mol actief, die na een tijdje vanzelf verder trekt. Vangen is dan niet altijd nodig. Mollen eten grote hoeveelheden wormen en insecten en zijn daarmee goed voor de bodemstructuur. In een grote tuin of een moestuin kan een tijdelijke mol meer goed dan kwaad doen.
Zie je telkens nieuwe molshopen op meerdere plekken tegelijk? Dan is er waarschijnlijk meer dan één mol actief en heeft vangen meer zin.
Met een goede klem, de juiste gang en dagelijkse controle vang je een mol in de meeste gevallen binnen twee tot drie dagen. De combinatie van twee tegenover elkaar geplaatste klemmen in een actieve hoofdgang geeft daarbij de beste resultaten.



