Een hol in je tuin dat lijkt op een steenmarterhol, is vrijwel nooit van een steenmarter. De steenmarter graaft namelijk geen eigen holen. Toch kun je dit dier wel in je tuin hebben. Hieronder lees je welk dier er dan wél holt, hoe je het onderscheidt van een steenmarter, en wat je kunt doen.
Wat is een steenmarterhol eigenlijk?
Een steenmarter maakt geen hol in de grond. Dit dier nestelt liever op een beschutte plek boven de grond: in een schuur, onder een terras, in een stapel hout of in de spouwmuur van een huis. Als je een steenmarter in je tuin hebt, zie je dus geen ingegraven hol, maar wel uitwerpselen, aangevreten vruchten of krabsporen op oppervlakken.
Zie je toch een hol in de grond in je tuin, dan is dat van een ander dier. Welk dier dat is, hangt af van de grootte, de diepte en de locatie van het hol.
Welk dier graaft een hol in de tuin: de meest voorkomende opties
Er zijn een handvol dieren die regelmatig in Nederlandse tuinen holen graven. Hieronder de meest voorkomende, met herkenningspunten:
- Konijn: ronde opening van ongeveer 10 tot 15 cm breed, vaak met losse grond aan de ingang. Konijnen graven uitgebreide gangenstelsels en leven in groepen. De ingang is vrij netjes en regelmatig van vorm.
- Mol: graaft gangen net onder het oppervlak en gooit de losse grond omhoog als molshopen. Er is geen zichtbare opening aan de buitenkant van het hol.
- Woelmuis of veldmuis: kleine, smalle opening van 3 tot 5 cm. Vaak verborgen onder begroeiing of langs de rand van een border. Woelmuizen eten plantenwortels en veroorzaken daardoor ook plantschade.
- Das: brede, opvallende opening van 20 tot 30 cm, met duidelijk uitgegraven grond ervoor. Dassen graven diepe burchten en leven in gebieden met oudere bomen en bosranden. In een stadstuin zeldzaam, op het platteland vaker.
- Wesp of hommel: kleine opening van 1 tot 3 cm, soms met druk vliegverkeer zichtbaar. Hommels nestelen regelmatig in verlaten muizengangen.
Hoe onderscheid je een steenmarter van andere dieren in de tuin?
Als je denkt dat je een steenmarter in je tuin hebt, let dan op deze sporen: scherpe, grillige krabsporen op hout, uitwerpselen met daarin vruchtpitten of veertjes, en sporen van aangevreten kippen of eieren als je pluimvee houdt. De steenmarter is een actief nachtdier met een slanke, beweeglijke bouw en een duidelijke witte vlek op de keel. Dat onderscheidt hem van de bosmarter, die een gele vlek heeft.
De steenmarter is niet schuw en past zich goed aan aan menselijke omgeving. Hij nestelt zich bij voorkeur op een droge, beschutte plek, maar graaft die plek nooit zelf uit. Een schuur met een kier, een opgestapeld terrasplank of een berging met een losse plint: dat zijn typische schuilplaatsen.
Hol in de tuin: hoe bepaal je welk dier het is?
Kijk bij een onbekend hol naar drie dingen: de diameter van de opening, de hoeveelheid opgegraven grond, en eventuele sporen eromheen. Een klein, rommelig hol van 3 tot 5 cm wijst vrijwel altijd op een muis. Een groter hol van 10 tot 15 cm met keurig uitgegraven grond past bij een konijn. Vind je een hol zonder duidelijke opening maar met grondophopingen, dan is een mol de meest waarschijnlijke veroorzaker.
Je kunt ook een dun laagje bloem of zand voor de opening leggen en na een nacht controleren of er sporen in zitten. Kleine, sierlijke pootafdrukken wijzen op een muis of rat; grotere, gespreide pootafdrukken horen bij een konijn of das.
Als je het vermoeden hebt dat het toch een steenmarter is, controleer dan de schuur, berging of ruimte onder het terras. Steenmarters laten op die plekken duidelijke sporen achter, maar in de grond vind je ze niet.



