Bunzing of steenmarter: zo zie je meteen het verschil

Een bunzing en een steenmarter lijken op het eerste gezicht op elkaar, maar zijn goed te onderscheiden als je weet waar je op moet letten. Het grootste verschil zit in de lichaamsbouw: een bunzing is een gedrongen bodembewoner met korte poten en een donker maskerpatroon op de kop, terwijl een steenmarter slanker is, langere poten heeft en graag klimt. Zie je een dier soepel een muur of boom opklauteren? Dan is de kans groot dat je naar een steenmarter kijkt.

Uiterlijk: de grootste verschillen op een rij

De bunzing (Mustela putorius) heeft een compact, laag lichaam dat dicht bij de grond blijft. De poten zijn kort en de kop is breed met afgeronde oren. Kenmerkend is het contrasterende gezichtsmasker: donkere vacht rond de ogen, met lichtere vlekken op de wangen en rond de mond. De vacht is overwegend donkerbruin tot zwart, met een lichtere ondervacht die soms doorschemert.

De steenmarter (Martes foina) is duidelijk slanker en hoger op de poten. De kop is smaller met meer puntige snuit. Het meest herkenbare kenmerk van de steenmarter is de witte of roomkleurige keelvlek, die vaak ook doorloopt naar de borst. Die keelvlek ontbreekt bij de bunzing volledig. De vacht van de steenmarter is egaal grijsbruin zonder het scherpe maskerpatroon op het gezicht.

Kenmerk Bunzing Steenmarter
Lichaamsbouw Gedrongen, laag bij de grond Slank, hogere poten
Gezicht Donker maskerpatroon Geen masker
Keelvlek Afwezig Wit tot roomkleurig, duidelijk zichtbaar
Vachtkleur Donkerbruin tot zwart, tweekleurig Egaal grijsbruin
Klimgedrag Nauwelijks Klimt regelmatig
Lichaamslengte (zonder staart) Circa 30 tot 45 cm Circa 40 tot 55 cm

Gedrag en leefomgeving

Een bunzing houdt van vochtige plekken: oevers van sloten en beken, rietvelden en weilanden zijn zijn favoriete jachtterrein. Hij jaagt bijna uitsluitend op de grond op prooien als muizen, kikkers en konijnen. Bunzings graven zelf geen holen maar maken gebruik van verlaten konijnenholen of schuilplaatsen onder wortels.

De steenmarter zoekt het eerder op bij menselijke bebouwing. Hij nestelt graag op zolders, in schuren en onder daken, maar ook in rotsachtige gebieden. Dat klimgedrag maakt hem beruchter als plaagdier bij huiseigenaren: steenmarters richten regelmatig schade aan in de motorruimte van auto’s of bijten isolatiemateriaal stuk op zolders. Een bunzing doet dat zelden tot nooit.

Geur: een nuttig maar niet altijd betrouwbaar hulpmiddel

Bunzings staan bekend om hun indringende geur. Ze bezitten sterk ontwikkelde anaalklieren waarmee ze een scherpe, muffe lucht afscheiden als ze zich bedreigd voelen. Die geur is intenser dan die van de steenmarter, die ook anaalklieren heeft maar minder nadrukkelijk ruikt. Als je dus een heel penetrante geur ruikt bij een schuilplaats, wijst dat eerder op een bunzing dan op een steenmarter. Toch is geur alleen geen zekere methode: ook andere marterachtigen, zoals de wezel of de hermelijn, kunnen een scherpe geur verspreiden.

Sporen en uitwerpselen herkennen

Als je het dier zelf niet ziet, kun je letten op sporen. De pootafdrukken van een steenmarter zijn groter dan die van een bunzing en tonen duidelijkere teenafdrukken door zijn langere poten. Uitwerpselen van steenmarters bevatten vaak resten van bessen, fruit en zaden naast haarfragmenten en botjes, omdat de steenmarter een gevarieerd dieet heeft. Bunzings eten bijna uitsluitend vlees, dus hun uitwerpselen bestaan vrijwel alleen uit dierlijke resten.

Verwisseling met andere marterachtigen

Naast de steenmarter leeft in Nederland ook de boommarter (Martes martes), een zeldzamere neef die sterk lijkt op de steenmarter. Het verschil: de boommarter heeft een gele tot oranje keelvlek in plaats van een witte. Wezels en hermelijnen zijn veel kleiner en worden door de meeste mensen niet snel verward met een bunzing of marter. De Amerikaanse nerts, een uitheemse soort die verwilderd in Nederland voorkomt, lijkt het meest op de bunzing maar mist het uitgesproken gezichtsmasker.

Zie je een klein, donker marterachtig dier in de buurt van water en op de grond, dan is de kans het grootst dat je een bunzing hebt gezien. Klimt het dier, heeft het een witte keelvlek en bevindt het zich rondom bebouwing? Dan is de steenmarter de meest waarschijnlijke kandidaat. Die twee kenmerken samen, de keelvlek en het klimgedrag, zijn in de praktijk de snelste manier om het verschil te maken.