Mollen diervriendelijk verjagen doe je door ze te ontmoedigen via geur, geluid of trillingen, zonder ze te doden of te vangen. Dat is niet alleen beter voor het dier, maar ook slim: een mol in je tuin betekent dat je grond vruchtbaar en vol leven is. Toch begrijp je dat je niet op molshopen zit te wachten. Gelukkig zijn er meerdere manieren om ze op een diervriendelijke manier te weren.
Waarom diervriendelijk mollen verjagen de voorkeur verdient
De mol is een beschermd dier in Nederland. Je mag hem niet zomaar doden of vangen. Daar komt bij dat een mol eigenlijk goed werk doet: hij eet larven en insecten, lucht de grond en houdt de aarde gezond. De Dierenbescherming omschrijft een mol in je tuin dan ook als een compliment voor de bodemkwaliteit. Het dier is geen plaagdier in de klassieke zin van het woord. Verjaagmethoden die de mol schaden zijn dus niet alleen ongewenst, maar ook juridisch gezien problematisch.
De meest effectieve diervriendelijke methoden
Er zijn verschillende manieren om mollen te ontmoedigen zonder ze te beschadigen. Geen enkele methode werkt voor iedereen even goed, dus het loont om te experimenteren.
- Geurverjaagmiddelen: Mollen hebben een bijzonder gevoelig reukvermogen. Sterke geuren die ze onaangenaam vinden zijn onder andere kattenurine, hondenhaar, look (knoflook) en rozemarijn. Je stopt deze middelen in de gangen of verspreid je ze rondom de actieve plekken. Herhaal dit regelmatig, zeker na regen.
- Molepiepers of trilpennen: Dit zijn pinnen die je in de grond steekt en die via wind of een batterij trillingen en geluid produceren. Mollen zijn gevoelig voor vibraties en kunnen de buurt rondom zo’n pin onaantrekkelijk gaan vinden. Let op: na verloop van tijd went een mol eraan, dus verplaats de pennen regelmatig.
- Windmolentjes of metalen staven: Een eenvoudige oude truc is een windmolentje op een metalen staaf. Als de wind draait, trillen de vibraties via de staaf de grond in. Dat verstoort de mol genoeg om elders te gaan graven.
- Minder aantrekkelijk maken: Mollen komen voor het voedsel, niet voor jouw gazon op zich. Ze jagen op regenwormen, emelten en andere bodeminsecten. Zorg je voor minder insectenlarven in de grond (bijvoorbeeld door beregening te beperken, wat de bodem minder aantrekkelijk maakt voor emelten), dan wordt je tuin vanzelf minder interessant voor een mol.
- Gaas onder de grond: Bij aanleg van een nieuw gazon of bed kun je fijnmazig metalen gaas (maasvorm ca. 1 x 1 cm) op zo’n 20 tot 30 cm diepte aanbrengen. De mol graaft er niet doorheen en wijkt uit. Dit is een structurele, duurzame oplossing, maar vraagt wel werk bij aanleg.
Wat je beter niet kunt doen
Sommige methoden lijken diervriendelijk maar zijn dat niet. Koolzuurgas of water in de gangen pompen doodt de mol of veroorzaakt stress. Klemvallen en vergif zijn in Nederland verboden zonder vergunning en hebben hoe dan ook geen plek in een diervriendelijke aanpak. Ook het plattrappen van gangen lost weinig op: de mol graaft gewoon opnieuw.
Wees ook voorzichtig met nep-producten die beweren dat mollen er voor altijd mee weg zijn. Er bestaat geen wondermiddel. Mollen zijn slimme, aanpassingsgezinde dieren. Een combinatie van methoden werkt beter dan één enkele oplossing.
Wanneer heeft verjagen weinig zin?
Als je tuin grenst aan weilanden, bosranden of andere groene zones, blijven mollen terugkomen. Ze hebben een eigen territorium van gemiddeld zo’n 700 tot 1.500 vierkante meter en verdedigen dat actief. Verdrijf je er één, dan kan een nieuwe mol snel het vrijgekomen territorium innemen. In zo’n situatie is het soms realistischer om te accepteren dat een mol nu eenmaal hoort bij een gezonde tuin, en de molshopen gewoon weg te schuiven als onderhoud.
Wil je toch actief mollen verjagen op een diervriendelijke manier, combineer dan geurmiddelen met trilpennen en herhaal de aanpak regelmatig. Consistent zijn maakt het verschil. Verwacht geen resultaat na één weekend, maar geef de methoden minstens een paar weken de tijd.



