In Nederland leven vijf soorten wilde duiven, en de kans is groot dat je er dagelijks een tegenkomt zonder het te weten. De houtduif, holenduif, stadsduif, Turkse tortel en gewone tortel zijn de vaste bewoners van ons land. Elk van die vijf heeft een eigen leefwijze, uiterlijk en geluid dat ze onderscheidt van de rest.
De vijf soorten duiven in Nederland
De houtduif is veruit de grootste en meest voorkomende duif in Nederland. Vogelbescherming Nederland schat het aantal broedparen op 300.000 tot 600.000. Je herkent hem aan zijn forsere postuur, de witte vlekken in de nek en de witte band over de vleugels die je goed ziet als hij opvliegt. Houtduiven zitten zowel in steden als in het buitengebied, in bomen en parken, en ze laten zich zelden wegjagen.
De holenduif lijkt op de houtduif maar is kleiner en heeft geen witte nekvlek. Zoals de naam al zegt, broedt hij het liefst in holten, bijvoorbeeld in oude bomen of gebouwen. Hij is wat schuwer dan zijn grotere neef en je ziet hem vaker in het buitengebied dan midden in een drukke stad.
De stadsduif is de duif die je kent van treinstations, marktpleinen en bruggen. Hij stamt af van de rotsduif en is ooit als postduif gedomesticeerd. Zijn kleur varieert enorm: van lichtgrijs met groene en paarse glans tot bijna volledig wit of bruin gevlekt. Stadsduiven zijn erg aanpasbaar en leven in grote aantallen, vooral waar mensen voedsel achterlaten.
De Turkse tortel is pas in de twintigste eeuw vanuit het Midden-Oosten en Zuidoost-Europa naar Nederland opgerukt. Hij is kleiner dan de houtduif, zandkleurig en heeft een smalle zwarte halskraag. Je vindt hem vaak in tuinen en parken, en zijn roep, een driedelig koerend geluid, is goed te herkennen.
De gewone tortel is de zeldzaamste van de vijf. Het is een trekvogel die in de winter naar Afrika vliegt en in de zomer in Nederland broedt. De soort staat onder druk door habitatverlies en intensieve landbouw. Zijn geluid, een zacht en rollend “torr-torr”, gaf de vogel vroeger zijn naam. Wie een gewone tortel ziet, mag dat als een bijzondere waarneming beschouwen.
Hoe herken je de duiven in Nederland van elkaar?
Het onderscheid zit hem in een paar concrete kenmerken. De tabel hieronder helpt je snel het verschil te zien.
| Soort | Grootte | Opvallend kenmerk | Leefgebied |
|---|---|---|---|
| Houtduif | Groot (40-42 cm) | Witte nekvlek, witte vleugelbalk | Overal, ook stad |
| Holenduif | Middelgroot (32-34 cm) | Geen witte vlekken, donkerder | Buitengebied, oude bomen |
| Stadsduif | Middelgroot (31-34 cm) | Sterk wisselende kleuren | Steden, pleinen |
| Turkse tortel | Klein (31-33 cm) | Smalle zwarte halskraag | Tuinen, parken |
| Gewone tortel | Klein (26-28 cm) | Geschubde rug, oranje oog | Landelijk, zeldzaam |
Waar leven duiven in Nederland?
Stadsduiven en houtduiven zijn echte generalisten. Ze vinden hun weg in drukke steden, industrieterreinen en groene woonwijken. Houtduiven nestelen het liefst in bomen, maar passen zich ook aan in struiken of op gebouwen als er weinig anders is. Stadsduiven broeden vaak op gebouwranden, onder bruggen of in dakgoten.
Holenduiven en gewone tortels hebben meer specifieke eisen. Ze zijn afhankelijk van oude bomen met holten, ruige randen van akkers of open landschap. Dat maakt ze kwetsbaarder voor veranderingen in het landgebruik. De gewone tortel is in de afgelopen decennia sterk in aantal achteruitgegaan in Nederland, mede door het verdwijnen van kruidenrijke akkerranden.
Duiven voeren: wel of niet doen?
Stadsduiven voeren is in veel Nederlandse gemeenten officieel verboden of wordt sterk afgeraden. Bijvoeren trekt grote groepen aan, wat leidt tot meer uitwerpselen, gezondheidsproblemen bij de vogels zelf door eenzijdig voedsel, en overlast voor bewoners. Als je toch wilt bijdragen aan het welzijn van stadsduiven, is het beter om contact te zoeken met een lokale duivenopvang.
Tuinvogels zoals de Turkse tortel zijn geen probleem om in de tuin te lokken met een voederplaats. Zij eten graag zaden en granen, en een eenvoudig platform op de grond of een lage tafel is al genoeg voor een bezoekje.
Wie meer wil weten over de precieze herkenningskenmerken of de verspreiding van duiven in Nederland, kan terecht bij Vogelbescherming Nederland. Zij houden de broedpopulaties bij en publiceren regelmatig actuele tellingen. Het is ook mogelijk om zelf waarnemingen in te voeren via de website Waarneming.nl, wat bijdraagt aan het beeld van hoe het de Nederlandse duiven vergaat.



