Eksters verjagen andere vogels actief uit hun buurt, en dat doen ze op een manier die andere tuinvogels weinig kans geeft. Ze zijn slim, brutaal en hardnekkig. Of ze daarmee ook écht een probleem vormen voor de vogelstand in jouw tuin, is genuanceerder dan het lijkt.
Hoe eksters andere vogels wegjagen
Een ekster verdedigt zijn territorium luidruchtig en fysiek. Ze duiken op kleinere vogels, scharrelen nesten leeg en jagen broedende vogels van hun plek. Mezen, roodborstjes, vinkachtigen en andere tuinvogels zijn vaak het doelwit. Zodra een ekster een nest van een andere vogel ontdekt, trekt hij regelrecht af op de eieren of kuikens. Dat gebeurt niet stiekem, maar openlijk en agressief.
Eksters werken ook samen. Een paartje kan de omgeving systematisch afzoeken naar nesten van andere soorten. Kleine vogels vluchten weg zodra een ekster in de buurt komt, ook als er op dat moment niets aan de hand is. Die aanwezigheid alleen al verstoort het broedgedrag van andere soorten in de tuin.
Eksters verjagen andere vogels: hoe erg is het voor de vogelstand?
Vogelbescherming Nederland stelt dat eksters weliswaar eieren en jonge vogels eten, maar dat ze in wetenschappelijk onderzoek niet zijn aangewezen als de oorzaak van achteruitgang van tuinvogels. De populaties van veel tuinvogels die eksters zouden bedreigen, zijn namelijk niet minder geworden in gebieden waar veel eksters leven. Andere factoren, zoals habitatverlies en voedselgebrek, spelen een veel grotere rol.
Dat neemt niet weg dat je in je eigen tuin wel degelijk merkt dat kleine vogels de benen nemen als er een ekster opduikt. In een kleine, besloten tuin kan een ekster lokaal veel schade aanrichten aan een broedend paartje. Op populatieniveau is de impact beperkt, maar voor individuele vogels kan het lot van een nest wel degelijk door een ekster beslist worden.
Wat eksters aantrekkelijk maakt als aanvaller
Eksters zijn van nature opportunistisch. Ze zijn slim genoeg om patronen te herkennen, zoals wanneer mensen vogelvoer bijvullen of wanneer een vogel steeds terugkeert naar hetzelfde plekje in de struik. Ze onthouden locaties en keren terug. Een ekster die eenmaal weet dat er een nest zit in jouw haag, vergeet dat niet snel.
Bovendien zijn eksters groot en snel genoeg om bijna elke kleine vogel de baas te zijn. Alleen grotere vogels, zoals kraaien of roofvogels, houden eksters in toom. In een gewone tuin is er weinig tegengewicht.
Kun je eksters weren uit je tuin?
Eksters zijn beschermde dieren in Nederland. Je mag ze niet vangen, verwonden of doden. Wat je wel kunt doen, is je tuin minder aantrekkelijk maken voor eksters en tegelijk de andere vogels beter beschermen.
- Hang nestkasten op met een kleine vliegopening (28 mm of kleiner voor mezen). Eksters passen hier niet doorheen en kunnen het nest niet leeghalen.
- Zet vogelvoer neer op plekken die lastig bereikbaar zijn voor grote vogels, zoals in dichte struiken of in speciale nestkastvoederstations.
- Zorg voor dichte beplanting als schuilmogelijkheid. Kleine vogels kunnen vluchten in dichte hagen of braamstruiken; eksters lukt dat minder goed.
- Verwijder losse etenswaren die eksters aantrekken, zoals resten brood op de grond.
Bewegende of glinsterende objecten in de tuin, zoals oude cd’s of folielinten, worden soms aangeraden om eksters te verjagen. In de praktijk wennen eksters hier snel aan. Het effect is hooguit tijdelijk.
Andere vogels die eksters aanvallen of terugvechten
Niet elke vogel geeft zich zomaar gewonnen. Spreeuwen verdedigen hun nestkast actief en in groepen. Zwaluwen en gierzwaluwen duiken gezamenlijk op roofdieren en lastige vogels. Maar de meeste kleine tuinvogels, zoals de pimpelmees of het roodborstje, hebben weinig weerstand tegen een ekster. Ze kiezen voor vluchten boven vechten.
Een ekster in de tuin hoeft geen ramp te zijn, maar als je merkt dat andere vogels structureel worden weggejaagd, loont het de moeite om nestkasten met de juiste maat vliegopening te plaatsen. Dat is de meest concrete en effectieve maatregel die je zonder regels te overtreden kunt nemen.



