In Nederland leven vijf soorten duiven in het wild: de houtduif, de holenduif, de halsbanddüif, de turkse tortel en de gewone tortel. Elke soort heeft een eigen uiterlijk, geluid en leefgebied. Of je nu een vogel in je tuin ziet of een duif in het park tegenkomt, met dit overzicht herken je ze meteen.
De houtduif: de grootste van allemaal
De houtduif is de grootste en meest voorkomende duivensoort van Nederland. Volgens Vogelbescherming Nederland telt ons land zo’n 300.000 tot 600.000 broedparen. Je ziet hem overal: in steden, parken, bossen en op het platteland. De houtduif is te herkennen aan zijn grote formaat, roze-grijze kleur en de opvallende witte vlek aan weerszijden van zijn nek. Die vlekken ontbreken bij jonge vogels. Zijn roep klinkt diep en hol: “roekoekoe-koe-koe”.
Houtduiven broeden vaak in bomen of struiken en leggen doorgaans twee eieren per legsel. Ze kunnen meerdere keren per jaar broeden, wat mede verklaart waarom ze zo talrijk zijn. Ze eten zaden, graan, bessen en bladeren.
De holenduif: kleiner en minder opvallend
De holenduif lijkt op de houtduif, maar is duidelijk kleiner en mist de witte nekstip. Hij heeft een blauwgrijze kleur met een lichte glans op de hals. Zoals de naam al zegt, broedt deze duif in holtes: in boomholten, rotswanden of gebouwen. Hij is minder stadsgebonden dan de houtduif en houdt meer van open landschappen met oudere bomen.
De roep van de holenduif bestaat uit een herhaald, tweelettergrepig geluid dat wat hees klinkt. Je herkent hem ook aan zijn vlieggedrag: korte, snelle vleugelslagen afgewisseld met zweefmomenten.
De halsbanddüif: nieuwkomer uit het zuiden
De halsbanddüif (ook wel Turkse tortel of Europese halsbanddüif) is eigenlijk hetzelfde als de turkse tortel hieronder. Maar strikt genomen staat de naam “halsbanddüif” soms ook voor een andere soort. In Nederland gaat het bij deze categorie vrijwel altijd om de turkse tortel, zie de volgende sectie.
De turkse tortel: de duif van de tuin
De turkse tortel is de slanke, beige-roze duif die je regelmatig in tuinen en op daken ziet zitten. Hij heeft een smal zwart streepje met witte rand in de nek, wat hem onderscheidt van andere soorten. Zijn roep klinkt als een driedelig “koekoe-koek”. De turkse tortel is pas in de twintigste eeuw vanuit het Midden-Oosten en de Balkan naar West-Europa opgerukt en broedt nu ook volop in Nederland.
Hij is kleiner dan de houtduif en beweegt zich graag in de buurt van mensen. Tuinen, parken en dorpen zijn zijn favoriete plekken. Hij broedt in struiken of lage bomen en eet vooral zaden en broodkruimels.
De gewone tortel: zeldzame zomergast
De gewone tortel is de kleinste van de vijf soorten duiven en tegelijk de meest bedreigde. Hij is een trekvogel die in de zomer naar Nederland komt en de winter doorbrengt in Afrika. Je herkent hem aan zijn gevlekte, roodbruine vleugels en de gestreepte zwart-witte nekvlek. Zijn zachte, rommelende roep klinkt heel anders dan die van de turkse tortel.
De gewone tortel staat er slecht voor. Door intensieve landbouw, verlies van leefgebied en jacht op de trekroute zijn de aantallen in Nederland de afgelopen decennia sterk teruggelopen. Hij staat inmiddels op de rode lijst van bedreigde broedvogels.
Soorten duiven in één oogopslag
| Soort | Grootte | Kenmerk | Leefgebied |
|---|---|---|---|
| Houtduif | Groot (ca. 40 cm) | Witte nekvlek | Overal, ook steden |
| Holenduif | Middelgroot (ca. 32 cm) | Geen nekvlek, blauwgrijs | Open land met bomen |
| Turkse tortel | Klein-middelgroot (ca. 32 cm) | Smal zwart halsbandje | Tuinen, dorpen |
| Gewone tortel | Klein (ca. 27 cm) | Roodbruine vlekken, streepnekband | Bosranden, struiken |
Wil je de soorten duiven goed uit elkaar houden, let dan vooral op de nekstreep, de grootte en de roep. De houtduif valt altijd op door zijn formaat en witte vlek. De turkse tortel heeft dat smalle zwarte bandje. En de gewone tortel herken je aan zijn warme bruine tekening, al is hij steeds moeilijker te vinden in de Nederlandse natuur.



