Mollen en kruisen zijn voortekens in muzieknotatie die de toonhoogte van een noot aanpassen. Een kruis verhoogt een stamtoon met een halve toon, een mol verlaagt een stamtoon met een halve toon. Ze zijn onmisbaar als je bladmuziek leest of schrijft, omdat ze precies aangeven welke noot je moet spelen of zingen.
Wat zijn kruisen en mollen precies?
Een kruis wordt genoteerd als het symbool ♯ en zorgt ervoor dat een noot een halve toon hoger klinkt dan de stamtoon. Speel je bijvoorbeeld een F met een kruis, dan speel je feitelijk een Fis. Dat is de zwarte toets net boven de witte F-toets op een piano.
Een mol (in het Engels “flat”) wordt genoteerd als ♭ en doet het tegenovergestelde: hij verlaagt een stamtoon met een halve toon. Een B met een mol wordt een Bes, de zwarte toets net onder de witte B-toets. Op een piano zijn mollen en kruisen op dezelfde zwarte toetsen te vinden, maar ze hebben een andere naam afhankelijk van de context.
Hoe lees je mollen en kruisen in bladmuziek?
Voortekens kunnen op twee plekken in bladmuziek staan. De eerste plek is aan het begin van de notenbalk, direct na de sleutel. Dit heet de voortekening. Een voortekening met twee kruisen betekent dat alle noten op die specifieke toonhoogtes (in dit geval F en C) automatisch verhoogd worden, door het hele stuk heen. Je hoeft geen losse kruisen meer te noteren bij elke noot.
De tweede plek is direct vóór een individuele noot. Zo’n los voorteken geldt alleen voor die ene noot én voor alle herhalingen van diezelfde toon in hetzelfde maat. Daarna geldt het niet meer automatisch. Dit is handig voor noten die tijdelijk afwijken van de voortekening.
Het herstellingsteken: terug naar de stamtoon
Naast kruisen en mollen bestaat er ook een herstellingsteken, genoteerd als ♮. Dit teken heft een eerder geplaatst kruis of mol op. Staat er in de voortekening een Bes, maar wil de componist op één plek toch een gewone B, dan plaatst hij een herstellingsteken vóór die noot. Na de maat geldt de voortekening weer gewoon. Je ziet herstellingstekens dus vaak in combinatie met mollen en kruisen.
Mollen en kruisen: de volgorde bij voortekeningen
Voortekeningen volgen een vaste volgorde. Bij kruisen is die volgorde: Fis, Cis, Gis, Dis, Ais, Eis, Bis. Bij mollen is de volgorde precies omgekeerd: Bes, Es, As, Des, Ges, Ces, Fes. Deze volgorde is altijd hetzelfde, ongeacht de sleutel of het instrument. Zo kun je snel zien in welke toonsoort een stuk staat.
Een handig ezelsbruggetje voor de kruisvolgorde is: “Fietsen Kunnen Goed Door Amsterdam In Brugge”. Voor mollen kun je de reeks gewoon van achter naar voren lezen vanuit de kruisvolgorde.
| Aantal kruisen | Toonsoort (groot) |
|---|---|
| 0 | C-groot |
| 1 (Fis) | G-groot |
| 2 (Fis, Cis) | D-groot |
| 3 (Fis, Cis, Gis) | A-groot |
| Aantal mollen | Toonsoort (groot) |
|---|---|
| 1 (Bes) | F-groot |
| 2 (Bes, Es) | Bes-groot |
| 3 (Bes, Es, As) | Es-groot |
| 4 (Bes, Es, As, Des) | As-groot |
Dubbele kruisen en dubbele mollen
In sommige stukken kom je dubbele kruisen (𝄪) of dubbele mollen (𝄫) tegen. Een dubbel kruis verhoogt een noot met twee halve tonen, dus een hele toon. Een dubbele mol verlaagt een noot met twee halve tonen. Je ziet ze minder vaak, maar ze komen voor in complexere harmonieën, met name in klassieke muziek. Ze gelden dezelfde regels als gewone voortekens: alleen voor de noot ervoor en de rest van de maat.
Praktisch toepassen bij een instrument
Bij een piano of keyboard zijn alle mollen en kruisen de zwarte toetsen. Bij een gitaar schuif je één fret omhoog voor een kruis, één fret omlaag voor een mol. Bij blaasinstrumenten zoals een klarinet of dwarsfluit pas je je vingergreep aan. Op strijkinstrumenten druk je de vinger iets naar voren of naar achteren op de snaar.
Begin je pas met bladmuziek lezen, dan is het slim om de voortekening aan het begin van de notenbalk goed te bekijken vóór je speelt. Schrijf de verhoogde of verlaagde noten desnoods boven de notenbalk totdat je ze uit je hoofd kent. Zo voorkom je tijdens het spelen verrassingen.
Mollen en kruisen zijn de basis van toonsoorten en harmonieën. Wie begrijpt hoe ze werken, leest bladmuziek een stuk sneller en herkent al vroeg in welke toonsoort een stuk staat. Dat maakt muziek leren een heel stuk overzichtelijker.



