Een steenmarterhol herkennen: zo weet je zeker waar hij zit

Een steenmarterhol herkennen doe je door te letten op een combinatie van sporen: een verstopte opening, haren, uitwerpselen en geurtekens in de directe omgeving. De steenmarter maakt zelden een nieuw hol, maar gebruikt bestaande holten en ruimtes. Dat maakt zijn verblijfplaats lastig te vinden, maar wel herkenbaar als je weet waar je op let.

Waar zoek je een steenmarterhol?

De steenmarter kiest bij voorkeur donkere, beschutte plekken die moeilijk bereikbaar zijn voor mensen en andere dieren. In de natuur zijn dat holen van andere dieren, spleten in rotsen, boomholtes of stapels takken en stenen. In bebouwde omgevingen zoekt hij dakspanten, kruipruimtes, schuurtjes, hooibergen en spouwmuren op. Het is niet ongewoon dat een steenmarter jarenlang op dezelfde plek verblijft, want hij is sterk plaatsgebonden.

Let vooral op plekken waar een kleine opening toegang geeft tot een grotere, beschutte ruimte. Een opening van zo’n acht tot twaalf centimeter is al genoeg voor een volwassen steenmarter. Dat is iets groter dan een golfbal. Kijk langs de dakrand, rondom ventilatieroosters en bij beschadigde dakpannen of gevelbekleding.

Herkenningspunten van een steenmarterhol

Er zijn een paar concrete signalen die verraden dat een steenmarter een plek als hol gebruikt:

  • Haren: korte, bruine tot grijze haren aan de rand van de opening. De steenmarter heeft een dicht, ruwachtig vacht en laat daar haren bij achter als hij naar binnen of buiten glipt.
  • Uitwerpselen: steenmarteruitwerpselen zijn langwerpig en gedraaid, vergelijkbaar met die van een kat maar met resten van bessen, zaden, insecten of veren erin. Ze ruiken scherp en muskusachtig.
  • Geurtekens: de steenmarter markeert zijn verblijfplaats met klierafscheiding. Je ruikt een doordringende, muskusachtige lucht, die sterker is naarmate het dier er langer verblijft.
  • Vetvlekken en vuilsporen: rondom de opening ontstaat een donkere, vettige rand door het herhaaldelijk passeren van het dier. Dit is een van de betrouwbaarste signalen.
  • Nestmateriaal: soms trekt de steenmarter materiaal naar binnen, zoals mos, gras, veren of kleine takjes. Zie je dit bij een opening naar een donkere ruimte, dan is de kans groot dat hij er nestelt.

Steenmarterhol herkennen versus sporen elders

Het hol zelf is de vaste slaap- of nestplaats. Daaromheen zie je ook losse sporen die bevestigen dat het om een steenmarter gaat. Pootafdrukken hebben vijf tenen met scherpe klauwen en meten gemiddeld vier tot vijf centimeter breed. Je vindt ze in zachte grond of sneeuw langs de route die het dier regelmatig neemt. Een steenmarter loopt vaak in een galopperende tred, waarbij de achterpoten in de sporen van de voorpoten vallen.

Vraatsporen aan kabels, isolatiemateriaal of rubberen slangen in de buurt van het hol zijn ook een aanwijzing, al is dat meer schade dan een directe holindicator. Als je in of nabij een gebouw zoekt, combineer dan de geurtekens en vetvlekken bij de opening met vraatschade verderop. Dat patroon is kenmerkend voor een steenmarter die ergens structureel verblijft.

Wanneer is een hol actief?

De steenmarter is nachtactief. Overdag verblijft hij in het hol en verlaat het pas na zonsondergang. Als je een mogelijke opening hebt gevonden, kun je controleren of het hol actief is door ’s avonds op afstand te wachten, of door een laagje zand of bloem voor de opening te leggen. Verstoord zand of afdrukken de volgende ochtend bevestigen dat het dier er echt doorheen is gegaan.

In de kraamperiode, ruwweg van april tot juni, beweegt het vrouwtje minder en is het hol extra moeilijk te detecteren vanuit beweging. Juist dan zijn de geurtekens en vetvlekken bij de opening de meest betrouwbare aanwijzingen.

Heb je een verdachte opening gevonden met meerdere van bovenstaande kenmerken tegelijk, dan is de kans groot dat je het verblijf van een steenmarter hebt gevonden. Combineer altijd minimaal twee of drie signalen voordat je een conclusie trekt, want één spoor alleen kan ook van een andere marterachtige of een muis afkomstig zijn.