Uitwerpsel van de steenmarter herkennen: zo ziet het eruit

Het uitwerpsel van de steenmarter is langwerpig, gedraaid en heeft een sterke, muskusachtige geur. Je herkent de keutels aan hun vorm: ze zijn slierterig, vaak met een scherpe punt aan één kant, en bevatten zichtbare resten van wat de marter gegeten heeft. Denk aan pitjes, haren, veren of insectenresten. Dat maakt ze vrij goed te onderscheiden van uitwerpselen van andere dieren.

Hoe ziet het uitwerpsel van een steenmarter eruit?

Een steenmarterkeutel is gemiddeld zo’n 8 tot 12 centimeter lang en ongeveer 1 centimeter dik. De vorm is typisch cilindrisch en licht gedraaid of gekronkeld, met een spitse punt. Dat spiraalvormige effect ontstaat doordat de marter zijn keutel neerleggt terwijl hij beweegt. Je ziet ze ook weleens in een kleine boog gelegd, alsof de marter er een boogje mee heeft gemaakt tijdens het poepen.

De kleur varieert van donkerbruin tot bijna zwart, afhankelijk van het dieet. In de zomer, als de marter veel fruit en bessen eet, worden de uitwerpselen zachter, vochtig en roodpaars of donkerblauw van kleur door de kleurstof in de vruchten. In de winter, als er meer vlees en muizen op het menu staan, zijn ze droger, steviger en grijsbruin.

Wat zit er in?

Omdat steenmarters alles eten wat ze kunnen vangen of vinden, zit er van alles in hun uitwerpselen. Hier een overzicht van wat je kunt tegenkomen:

  • Haren van muizen, ratten of konijnen
  • Kleine botjes of botfragmenten
  • Veren van vogels
  • Insectenpoten of dekvleugels
  • Vruchtpitten, schilresten of zaden (in de zomerperiode)
  • Eierschaaldelen (als een nest geplunderd is)

Die inhoud is meteen een aanwijzing over het seizoen en het jachtgebied van de marter. Een keutel vol pitjes wijst op een zomerperiode met rijp fruit. Keutels met veel haren en botjes zijn typisch voor de koudere maanden.

Waar legt de steenmarter zijn uitwerpselen neer?

Steenmarters gebruiken hun uitwerpselen om hun territorium te markeren. Ze leggen ze dan ook bewust op opvallende plekken neer: op een steen, een muurtje, een drempel, of op verhoogde punten langs hun vaste routes. Op zolders en in kruipruimtes vind je ze vaak in een hoek of langs een muur. Als je meerdere keutels op dezelfde plek vindt, is dat een teken dat de marter die plek regelmatig bezoekt en als vaste markeerplaats gebruikt.

Op een zolder liggen de uitwerpselen soms verspreid over een groter oppervlak, maar je vindt ze vaker geconcentreerd op een paar vaste plekken. Dat is ook waarom de geur op den duur zo opvalt: de ophoping op één punt maakt de muskuslucht sterker.

Verschil met uitwerpselen van andere dieren

Het is goed om te weten hoe je het uitwerpsel van de steenmarter onderscheidt van dat van andere dieren die je in en om het huis tegenkomt.

  • Bosmarter: Vrijwel identiek aan de steenmarter. Bijna niet te onderscheiden op uiterlijk alleen; de locatie (bosmarters leven in bos, steenmarters dichter bij bewoond gebied) geeft meer uitsluitsel.
  • Kat: Kattenuitwerpselen zijn dikker, stomper van vorm en minder spiraalvormig. Katten begraven hun keutels vaak.
  • Hermelijn of wezel: Kleiner en dunner dan die van de steenmarter, maar ook met haren en botjes erin.
  • Vos: Vergelijkbare grootte, maar vossenkeutels hebben een stomp uiteinde aan beide kanten en ruiken anders (minder muskus, meer naar rotte vis of vlees).
  • Rat: Kleiner, meer ovaalvormig, donker en zonder zichtbare inhoudsresten.

Geur als extra aanwijzing

De geur van marterkeutels is uitgesproken. Ze ruiken sterk muskusachtig, een beetje zoet en tegelijk scherp. Die geur blijft ook lang hangen in een afgesloten ruimte zoals een zolder. Als je die typische geur ruikt, maar de keutels nog niet gevonden hebt, zoek dan langs de randen van de ruimte en bij balken of ligplaatsen. De geur is voor veel mensen de eerste aanwijzing dat er een steenmarter in de buurt is, nog voor ze de keutels zien.

Vind je uitwerpselen die overeenkomen met de beschrijving hierboven, dan is de kans groot dat je met een steenmarter te maken hebt. Let op de combinatie van vorm, inhoud en locatie: die drie samen geven je de zekerste identificatie.