Steenmarter onder dakpannen verjagen: zo pak je het effectief aan

Een steenmarter onder je dakpannen verjagen doe je het best door een combinatie van geluid, licht en geur in te zetten op de plekken waar het dier verblijft. Dat klinkt eenvoudig, maar het vraagt wel enige aanpak, want de marter is een slimme, gehechte bewoner die niet zomaar vertrekt.

Steenmarters nestelen graag in spouwmuren, op zolders of direct onder dakpannen. Ze zoeken warmte en rust, en vinden zo’n dakruimte ideaal. Het probleem is dat ze isolatiemateriaal doorbijten, lawaai maken (vooral ’s nachts) en soms een scherpe geur achterlaten. Maar ze zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming: vangen of doden mag niet. Verjagen wel.

Steenmarter onder dakpannen verjagen met lawaai en licht

Lawaai werkt goed, zeker overdag als de marter in de dakruimte aanwezig is. Een radio die je continu aanlaat op een druk gesproken zender (praat- of nieuwsradio) verstoort de rust die het dier zoekt. Ervaringen van mensen met dit probleem laten zien dat veel lawaai overdag de marter ertoe kan brengen het nest te verlaten. Zet de radio zo dicht mogelijk bij de verblijfplaats van het dier.

Combineer geluid met fel licht. Een bouwlamp of een lamp met bewegingssensor in de dakruimte werkt verstorend. Steenmarters zijn schemerdieren en houden niet van constante verlichting op hun slaapplaats. Laat de lamp meerdere dagen achter elkaar branden, ook als je denkt dat de marter al weg is.

Geur als verjaagmiddel

De steenmarter reageert sterk op geuren. Middelen die je kunt proberen:

  • Haarborstels (mensenhaar) of honden- of kattenhaar langs de verblijfplaats leggen. Het ruikt naar een vijand of concurrent.
  • WC-blokjes of naftalaanballen in de dakruimte plaatsen. De scherpe geur maakt de plek onaantrekkelijk.
  • Speciale marterwerende sprays op basis van roofdierengeur, verkrijgbaar bij dierenwinkels en bouwmarkten.

Ververs geurstoffen elke één à twee weken, want ze verliezen snel hun werking. Één keer sproeien en daarna niets doen heeft weinig effect.

Toegangspunten dichten: doe dit op het juiste moment

Het verjagen heeft pas blijvend effect als je daarna de toegang afsluit. Controleer de dakrand, de ruimte onder de dakpannen, kapotte windveren, open spouwmuren en eventuele gaten rondom pijpen of kabels. Dit zijn de plekken waar de marter naar binnen kruipt.

Sluit de openingen pas af als je zeker weet dat het dier weg is. Doe je dat te vroeg, dan raak je een opgesloten marter kwijt, en dat is een groter probleem. Check dit door een paar nachten de sporen te volgen of door een cameraval te plaatsen.

Gebruik gaas met kleine mazen (maximaal 3 bij 3 centimeter) of harde kunststof roosters om openingen af te sluiten. Hout alleen is niet voldoende: de marter bijt er doorheen. Metalen gaas of hardhouten afdekplaten zijn beter bestand.

Wanneer schakel je een professional in?

Als de marter na twee tot drie weken aanpak nog steeds aanwezig is, of als je vermoedt dat er jongen in het nest zitten (tussen april en juli is dat mogelijk), is professionele hulp verstandig. Een erkende faunabeheerder of een bedrijf gespecialiseerd in marterschade weet hoe je de dieren veilig en legaal weg kunt krijgen. Ze mogen ook de dakconstructie inspecteren op schade en de toegangspunten professioneel afdichten.

Vraag altijd eerst of het bedrijf werkt met vergunningen en methoden die passen binnen de Wet natuurbescherming. Vallen die de marter levend vangen, mogen soms worden ingezet, maar alleen met de juiste ontheffing.

Begin met lawaai en licht, voeg geur toe en houd dat minimaal twee weken vol. Zodra het dier vertrokken is, dicht je elke opening die groter is dan een vuist. Dat is de enige manier om te voorkomen dat een nieuwe marter over een paar maanden hetzelfde plekje ontdekt.