Pootafdruk van een steenmarter in de sneeuw herkennen

De pootafdruk van een steenmarter in de sneeuw herken je aan vijf teenafdrukken in een kleine, ronde tot ovale vorm, waarbij de afdrukken in een karakteristiek zigzagpatroon of twee aan twee naast elkaar vallen. Dat springpatroon is meteen het grootste verschil met bijvoorbeeld een kat, die een vergelijkbare pootafdruk achterlaat maar een heel andere loopstijl heeft.

Hoe ziet de pootafdruk van een steenmarter er precies uit?

Een steenmarter heeft vijf tenen aan elke poot, wat je direct onderscheidt van honden en katten, die vier tenen op de grond zetten. In de sneeuw zie je bij een duidelijke afdruk vijf teenkussentjes rondom een centraal handkussentje. De pootafdruk is relatief klein: de breedte ligt doorgaans tussen de 3 en 5 centimeter. De klauwen zijn niet intrekbaar, waardoor je ze in zachte sneeuw soms als kleine puntjes boven de teenafdrukken terugziet.

De voor- en achterpoten lijken sterk op elkaar van formaat. Bij een sprong landt de steenmarter met voor- en achterpoten bijna op dezelfde plek, waardoor je twee afdrukken naast of vlak achter elkaar ziet. Dit levert een stel van twee afdrukken op dat zich steeds herhaalt langs de spoorlijn.

Het springpatroon: de sleutel bij pootafdrukken in de sneeuw

De steenmarter beweegt zich voort door te springen, net als de meeste marterachtigen. In de sneeuw zie je daardoor geen loopspoor met netjes om beurten geplaatste poten, maar een reeks van twee afdrukken naast elkaar. De afstand tussen twee van zulke stellen bedraagt al snel 40 tot 80 centimeter, afhankelijk van de snelheid. Hoe sneller het dier rent, hoe groter de afstand tussen de sprongen.

Dit springpatroon is het meest betrouwbare kenmerk. Een kat loopt rustig en zet zijn poten netjes achter elkaar, waardoor het spoor er heel anders uitziet. Een hond volgt een vergelijkbaar loopspoor als een kat, maar met grotere en bredere afdrukken. Zodra je de twee-aan-twee afdrukken met kleine sprongen ziet, ben je vrijwel zeker met een marterspoor bezig.

Verschil met vergelijkbare sporen in de sneeuw

De steenmarter kan makkelijk verward worden met andere marterachtigen, zoals de bosmarter of de bunzing. De pootafdrukken lijken sterk op elkaar. Een paar vuistregels helpen je:

  • Bosmarter: grotere pootafdruk dan de steenmarter, tot wel 6 centimeter breed. Leeft meer in bosrijke gebieden; de steenmarter komt juist vaker in dorpen en aan de rand van bebouwing voor.
  • Bunzing: kleinere, smallere afdruk, doorgaans niet breder dan 3 centimeter. Het spoor is ook kleiner en de sprongen zijn korter.
  • Eekhoorn: eveneens een springpatroon in de sneeuw, maar met vier afdrukken naast elkaar in plaats van twee. De achterpoten van een eekhoorn zijn ook duidelijk groter dan de voorpoten.
  • Kat: ronde afdruk met vier tenen, geen klauwindrukken (klauwen zijn intrekbaar), en een rustig loopspoor in plaats van sprongen.

Waar vind je steenmartersporen in de sneeuw?

Steenmarters zoeken hun voedsel ook ’s nachts, dus sporen verschijnen regelmatig op plaatsen waar je ze overdag zelden ziet. Denk aan dakranden, schuttingen, composthopen, parkeerplaatsen en tuinen in de bebouwde kom. Het spoor loopt vaak langs muren of omheiningen, omdat de steenmarter beschutting opzoekt. Soms zie je de afdrukken op een autodak of motorkap, plekken die ’s nachts worden gebruikt als uitkijkpost of doorgang.

In meer landelijke gebieden vind je de sporen langs bosranden, bij schuren en in boomgaarden. Steenmarters zijn echte alleseters en trekken op voedsel, dus sporen leiden regelmatig naar vuilnisbakken, compostvakken of naar de plek waar kippen worden gehouden.

Tips voor het fotograferen en vergelijken van de afdruk

Leg een muntje of een sleutel naast de afdruk voor je een foto maakt. Zo heb je altijd een schaalreferentie en kun je de maat thuis rustig vergelijken. Kijk ook naar de volledige spoorlijn in plaats van één enkele afdruk: het patroon van de sprongen zegt meer dan de pootafdruk alleen. Bij een goede sneeuwlaag van minstens 2 à 3 centimeter zijn de details van de teenafdrukken het duidelijkst zichtbaar. Te poederige of te natte sneeuw vervormt de afdruk en maakt herkenning lastiger.

Kom je in de sneeuw een dubbel springspoor tegen met kleine, vijftenige pootafdrukken van 3 tot 5 centimeter breed, dan is de kans groot dat je de sporen van een steenmarter voor je hebt. Zeker als het spoor langs muren loopt of door een tuin in de buurt van bebouwing, past dat precies bij de leefstijl van dit slimme, behendig dier.