Wat te doen tegen mollen in de tuin? De meest betrouwbare aanpak is het combineren van meerdere methoden: mollenklemmers voor direct resultaat, afschrikmiddelen als preventie en het wegnemen van hun voedselbron. Mollen verdwijnen zelden vanzelf, maar met de juiste aanpak houd je ze goed onder controle.
Waarom mollen zo lastig te bestrijden zijn
Een mol graaft dagelijks tientallen meters aan gangen. Dat gaat snel, en de schade aan je gazon of moestuin stapelt zich net zo snel op. Mollen eten regenwormen en andere bodeminsecten, niet je plantenwortels, maar hun graafactiviteit trekt de wortels los van de grond. Planten verdrogen daardoor of sterven af.
Het lastige is dat mollen solitaire dieren zijn met een groot territorium. Eén mol kan al voor een compleet omgespit gazon zorgen. Er zitten dus lang niet altijd meerdere mollen in je tuin, ook al lijkt het er wel op.
Wat te doen tegen mollen in de tuin: de meest effectieve methoden
Er zijn grofweg drie aanpakken: vangen, afschrikken of ontmoedigen. Hieronder staan de meest gebruikte methoden, met eerlijk commentaar op wat wel en niet werkt.
- Mollenklem: dit is de meest directe en effectieve methode. Je plaatst een klem in een actieve gang. Maak een klein stukje van de gang open met een schepje, zet de klem erin en dek de opening licht af zodat het donker blijft. Mollen zijn schuw voor licht en lopen liever door afgesloten gangen. Controleer de klem dagelijks. Actieve gangen herken je doordat nieuwe molshopen vlakbij liggen of doordat een ingedrukt stukje gang ’s nachts hersteld is.
- Levende val: vergelijkbaar met de klem, maar de mol blijft in leven. Je vangt hem en zet hem minstens twee kilometer verderop uit, anders vindt hij de weg terug. Klinkt vriendelijker, maar vergt meer controle en is praktisch lastiger.
- Trilpennen en mollenpennen: piketpalen die trillingen veroorzaken in de grond. In theorie schrikken mollen hiervan. In de praktijk zijn de resultaten wisselend: sommige mollen trekken weg, andere negeren de trillingen volledig. Handig als aanvulling, maar niet als enige maatregel.
- Geur- en plantaardige afschrikmiddelen: mol shoo, kattenurine, knoflook of de plant molkruid (Euphorbia lathyris) worden vaak genoemd. Mollen houden niet van sterke geuren, maar of ze daadwerkelijk wegtrekken hangt sterk af van hoe aantrekkelijk jouw tuin verder voor ze is. Effect is tijdelijk en minder betrouwbaar.
- Fijnmazige mollenmat: een gaasmat van staal of kunststof die je onder de grond legt. Mollen kunnen er niet doorheen graven. Ideaal bij het aanleggen van een nieuw gazon of border. Achteraf inleggen is een stuk meer werk, maar het is de enige methode die écht preventief werkt.
De juiste plek voor een mollenklem vinden
Een klem op de verkeerde plek levert niets op. Zoek actieve gangen door een stuk mollengang lichtjes in te drukken en de volgende dag te controleren. Is het hersteld? Dan is het een actieve gang en is dit de plek voor je klem. Gangen dicht bij verse molshopen zijn ook een goede keuze.
Zet de klem zo diep mogelijk in de gang en zorg dat hij stevig staat. Een wiebelende klem schopt de mol weg. Leg een stukje plank of tuinvlies over de opening om licht buiten te houden. Mollen zijn actief rond zonsopgang en zonsondergang, dus de kans is het grootst dat je dan iets vangt.
Wat je kunt doen als de mol telkens terugkomt
Blijft de mol terugkomen nadat je hem weggevangen hebt? Dan trek je waarschijnlijk nieuwe mollen aan vanuit de omgeving. Dat heeft te maken met de hoeveelheid regenwormen in je tuin. Een gezonde, losse grond met veel organisch materiaal is een paradijs voor wormen, en dus voor mollen.
Je kunt de bodem iets minder aantrekkelijk maken door minder te beregenen (droge grond heeft minder wormen en is moeilijker te graven) of door organisch materiaal minder diep in te werken. Dit is geen snelle oplossing, maar het vermindert de aantrekkingskracht van je tuin op termijn.
Verder helpt het om de tuin te omzomen met een ondergrondse mollenmat of -scherm van gaas, minstens 50 centimeter diep en 10 centimeter boven de grond uitkomend. Dit houdt nieuwe mollen buiten zonder dat je steeds hoeft in te grijpen.
Wil je snel resultaat, kies dan voor de mollenklem in een actieve gang. Wil je langdurig minder last hebben, combineer het dan met een mollenmat aan de grens van je tuin en zorg voor iets minder aantrekkelijke bodemomstandigheden. Eén methode werkt zelden afdoende; een combinatie geeft het beste resultaat.



